Ondanks mijn gesnotter en ziekelijke kuchje voel ik me vanavond ernstig gezond. Meteen na thuiskomst van het werk (en glibberpartijen over de stoep op weg naar het station, van het station naar de bus en van de bus naar huis – maar: overleefd) trok ik mijn kekke fitnesspakje aan en startte ik Jillian Michaels op. Ik vind haar niet zo prettig om naar te luisteren, maar haar strakke lijf motiveert wel om er keihard tegenaan te gaan.

En zo stond ik dus zojuist, om 7 uur ’s avonds, zonder avondeten in m’n nu nog slappe buikje, voor mijn computerscherm te juming jacken, dumbell rowen en spring te touwen en deed ik kreunend en steunen mijn bicycle crunches (u ziet; naast een trainen voor strak lijf spijker ik met Jillian ook nog even mijn sportieve vocabulair bij). Na twintig minuten shredden zakte ik bijna door m’n bibberende beentjes en de pasta pan optillen (er moest immers ook nog gekookt en gegeten worden) ging alles behalve soepel, maar: I did it, zelfs zonder van mijn stokje te gaan. En ik ga dit volhouden. Iedere dag dat ik na het werken gewoon naar huis ga, moet ik mezelf verplicht 20 minuutjes versnipperen met Jillian. Daarna mag ik eten en geen toetje.

So far so good. Na het eten had ik even een hardnekkige toetjescrave, maar die heb ik weten te onderdrukken door een glas water naar binnen te kieperen. Water, waarvan ik vandaag trouwens minstens 2 liter heb gedronken. Nu nog de broodnodige pitamientjes binnen krijgen. Maar *burp* ik kan geen pap meer zeggen. Door al dat water ben ik bang. Die sinaasappel komt morgen wel. En hopelijk hoef ik er vannacht niet al te vaak uit, want slapen is ook gezond. En dat ging de afgelopen nacht niet zo goed.

Er kraakt namelijk ergens in mijn kamer een heel geheimzinnig kraakje dat me ’s nachts wakker houdt. Het is heel zacht en ik ben vast de enige die het hoort – als er meerdere mensen op mijn kamer zouden slapen, zou ik de enige zijn die er wakker van zou liggen, bedoel ik – maar aaargh het is vreselijk irritant. Volgens mij is het één van de verwarmingsbuizen waar iets in trilt als er warm water doorheen loopt. Straks maar eens iets creatiefs en behendigs doen met duct tape (ik moest serieus Googlen hoe je dat eigenlijk schrijft :’)) om me mijn welverdiende nachtrust te garanderen.


Het bloggen zit blijkbaar niet in mijn bloed. Ik krijg het niet in de vingers, laat staan onder mijn huid. Hoeveel ik ook van schrijven hou en hoe heerlijk ik het ook vind om blogs van anderen te lezen en hoe graag ik ook voor mezelf een digitale (s)preekstoel wil hebben: ik krijg het niet in mijn systeem om regelmatig te updaten. En dat vind ik stom. Ik heb nog steeds schrijfambities, maar daar kan ik niks mee zo lang ik niks schrijf. Dus dat gaat veranderen.

In plaats van op 1 januari te beginnen met het verwezenlijken van een aantal goede voornemens, heb ik besloten dat – hoeoeoe rebels – op 1 februari te doen. Mijn voornemens zijn niet baanbrekend maar gewoon goed. En beter. En het zijn er maar een paar. In februari ga ik namelijk:

  • Weer beginnen met de 30 Day Shred:  een sportprogramma voor luie mensen, want het kan gewoon thuis met behulp van een video. Ik heb het vorig jaar al eens gedaan en vond het bijzonder goed vol te houden en merkte wel degelijk verschil in mijn conditie en in hoe mijn lijf erbij hing. Dus, shredden it is! Niet meer elke dag hoor, want dat lukt toch niet, maar gewoon zo vaak mogelijk.
  • Fruit eten in plaats van toetjes: in mijn 101 dingen in 1001 dagen staat dat ik een maand lang geen toetjes mag eten, maar ik vind het zo heerlijk om na het warme avondmaal nog iets lekkers (liefst zoets) naar binnen te werken. Not good. Dus in februari vervang ik mijn toetjes door sinaasappels, bananen, mandarijnen, peren en druiven. Die pitamientjes kan ik een stuk beter gebruiken dan al die zoete Monameuk.
  • Een sportschool zoeken en in ieder geval een proefles meedraaien: een vriendin van mij vertelt regelmatig dolenthousiast over haar sportsessies. Ze zumbaat, bodyshaped, stept, spint en kickbokst dat het een lieve lust is. Ik krijg er bijna zin van om ook écht te gaan sporten (dat shredden steekt toch een beetje bleekjes af bij het fanatieke program van vriendinlief). Dus dat ga ik doen. Of althans, proberen te doen. Eerste stap in de goede richting: eens binnenlopen bij Fit 4 Fun.
  • Schrijven: spreekt voor zich, natuurlijk. Schrijven schrijven schrijven schrijven.
  • Dingen met muziek: dat wil zeggen weer gaan bijhouden wat voor leuke nieuwe of door mij nog onontdekte bandjes er zijn, weer bijhouden welke concerten waar en wanneer zijn en naar welke ik wil en dan op tijd kaartjes kopen, een echte cd collectie aanleggen (maar dat is eigenlijk een project voor later als ik geld heb, net als het aanschaffen van een platenspeler met bijbehorende elpees) en ook muziek maken met de van het vriendje geleende gitaar en van het vriendje gekregen hulpstukken. Die moet ik natuurlijk wel gebruiken, anders is het zielig.

Voornemens zijn normaal gesproken niet echt mijn ding (Taal wel), maar al het bovenstaande wil ik al heel lang en moet gewoon inburgeren in mijn grijze massa. Zodat ik uiteindelijk een sportief, vitamine rijk en toetjes arm, strak in het vel zittend, muzikaal ontwikkeld (zo ontzettend dat ik met recht het shirt ‘I listen to bands that don’t even exist yet’ mag dragen) schrijvend gitaristje ben.


Prachtdag

30okt09

Een week geleden beleefde ik een prachtdag. Een dag die ik na het verstrijken van 7 gewoon fijne dagen nog steeds de moeite van het bloggen waard vind.

Woensdag 21 oktober werd ik eens niet om kwart voor 7 wakker gebruld door Giel op 3FM, maar opende ik om 9 uur rustigjes aan mijn ogen to the sound of één of andere nieuwslezer. Tot mijn vreugde ontdekte ik dat de laatste tekenen van mijn mysterieuze keelontstekingachtige ziek-zijn compleet waren verdwenen. Ik douchte, ontbeet en trok mijn vers gekochte feestjurk aan. Vervolgens ging ik aan de knutsel met mijn vers gekregen en peperdure Dior make-upjes. Toen ik nog maar één helft van mijn gezicht had opgemaakt, stonden mijn ouders al op de stoep. We dronken een kopje koffie en papa en mama maakten mijn kamer hetzelfde compliment als altijd: wat is het toch leuk! Snel make-upte ik verder en een kwartiertje later sprongen we in de auto.

Mijn ouders hadden een geweldige route uitgestippeld door de binnenstad van Utrecht, niet wetend dat bijna alle straatjes óf doodlopen óf eenrichtingsverkeer zijn. Wat een ritje van 10 minuten zou moeten worden, werd een zoektocht van bijna een half uur. Papa de chauffeur bleef echter zo kalm als ‘t maar kan en tijdens het keren, linksaf slaan, rechtsaf draaien, achteruit straatjes uitrijden en rondjes langs de gracht karren hadden we nog leuke gesprekken ook. De weg zoeken in kleine-straatjes-Utrecht is uitermate geschikt voor some bonding. De uitgebreide lunch die we met z’n drieën hadden gepland werd een snel broodje brie. En dat was misschien maar goed ook, want ik kreeg het door de schoolreisje-achtige kriebels in mijn buik toch maar voor de helft weg.

Toen we voor het academiegebouw nog heel even stil stonden om de buitenkant ervan en de Dom te bewonderen, kwam het vriendje aangelopen. In pak. A pretty sight for sore eyes. Ofzoiets. We liepen het historische gebouw in, waar allerlei mooi aangekleede, opgewonden en trotse mensen rondliepen. Wij (mijn ouders, vriendlief, huisgenootje, twee vriendinnetjes en ik) waren ook mooi aangekleed, opgewonden en trots. Hoop ik tenminste.

Iedere Master of Science kreeg een leuk persoonlijk praatje van onze coördinator. Ze noemde mij betrokken, zelfstandig en zorgvuldig, bescheiden en analytisch. Tijdens het tekenen van mijn bul ontdekte ik plotseling het zinnetje ibque ob egregia prae ceteris merita cum laude. Verrast (omdat ik volgens mijn eigen ingewikkelde berekeningen inderdaad verdiende dit predicaat te krijgen, maar er niks over in het praatje over mij werd gezegd en ik ook nog niks bevestigd had gekregen van de examencommissie) zei ik: “Hee, maar dit heb je niet verteld?”. Mijn begeleidster was net zo verrast als ik en na haar spijtbetuigingen vertelde ze aan de zaal dat ik met lof ben afgestudeerd en dus best drie hoeraatjes had verdiend. En die kreeg ik.

Na de uitreiking zou er een borrel zijn, maar er bleek geen zaal geregeld. Mijn gezelschap en ik voelden überhaupt maar weinig voor de massale en anonieme borrel en verplaatsten ons dus naar een rustiger etablissement om een klein drankje te doen. Na het drankje brachten mijn ouders het vriendje en mij naar huis, ditmaal een andere route kiezend. Eenmaal in mijn kamer trok ik meteen die ongemakkelijke panty uit en met mijn sjieke jurkje had ik het ook wel weer gehad. Wat hou ik toch vreselijk veel van mijn spijkerbroek… Het vriendje had ook nog een leuke verrassing: hij had een kadootje voor me willen kopen, maar kon niks geschikts vinden. En daarom gaan we nu eind november een weekendje weg. Met z’n twee, in een superdeluxe hotel in Vlissingen (ademt zwaar en moedeloos vannacht…). In de trein naar Amsterdam hadden we leuke gesprekken, maar op het station namen we afscheid van elkaar want er stond een wachtend vriendinnetje van mij op het Leidseplein. Aldaar trakteerde ze me op pizza en rosé waarna we naar Paradiso togen voor een concert van White Lies.

En wat was dát heerlijk. Harry (want zo heet de zanger; wist ik ook niet) heeft zo’n geweldige prachstem en de liedjes zijn zo mooi. Hoogtepunt was de afsluiter: iedereen zong en sprong mee op Death wat qua tekst natuurlijk niet zo een heel springbaar liedje is. Qua strakheid, ritmegevoel en entertainmentgehalte kunnen de Leugentjes Om Bestwil heus nog wel wat leren, maar dat mocht uiteraard die eeuwige cliché pret niet drukken.

Toen ik na deze hele erge superfijne en bijzondere dag in mijn eentje in de trein naar huis zat, kwam prompt het nummer One Day Like This van Elbow voorbij op mijn iPod. Hoe toepasselijk, hoe mooi en hoe vreselijk verliefd ben ik toch nog steeds op dat liedje. Met (letterlijk) een glimlach op mijn gezicht bracht de trein mij naar huis. One day like this a year would see me right…


Vandaag ben ik gestrikt voor het geven van een workshop aan jeugdwerkers over nieuwe, sociale media. Kort door de bocht genomen (ik lees op dit moment Alles Is Verlicht van Jonathan Safran Foer en deze uitdrukking zou daarin geweldig op zijn plaats zijn. Geweldig boek ook, trouwens. Maar dat ter zijde) moet ik volwassen, intelligente en zichzelf respecterende mensen een lesje Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn geven. Best heel leuk, maar ook doodeng. Zoals zoveel zo eng is, in mijn eerste baan. Aan de ene kant heb ik het gevoel vreselijk in het diepe te worden gegooid. Aan de andere kant vind ik het heerlijk dat ik zo vrij gelaten word, dat collega’s mij gemakkelijk dingen toevertrouwen en dat iedereen overtuigd lijkt van mijn kunnen. Behalve ikzelf. En dat kleine detail maakt mijn baan naast erg leuk, leerzaam, gezellig en hip bij tijd en wijle ook nerve wrecking.

Onder de mailtjes die ik stuur naar klanten en collega’s staat steevast: Froukelien met een Achternaam, MSc – Junior adviseur. Vandaag prees een collega mij bij een klant aan als trainer. Ik ben ook al eens onderzoeker, wetenschapper en orthopedagoog getiteld (weer een Alles Is Verlicht reference, olé). Al die benamingen doen me duizelen. Vooral de eerste twee, die in het werk dat ik nu doe toch wel het meest essentieel zijn. Ze scheppen verwachtingen die ik voor m’n gevoel nog helemaal niet waar kan maken. Want ik bén helemaal geen adviseur. Ik heb nog nooit adviesvaardigheden geleerd, weet niks van aanbestedingen, subsidies, offertes en slimme beleids- en organisatiestrategieën. Ik bén geen trainer. Ik heb nog nooit trainingsvaardigheden geleerd, ben nog maar een jong broekie, kom nog niet zo zelfverzekerd en professioneel over en mensen moeten dan van mij dingen aannemen, leren en geloven?

(Ja Froek, dat moeten ze. En dat zullen ze ook.)

Ik begon dit blogje helemaal niet met het idee om te gaan miepen over mijn onzekerheden als adviseur-n00b. Ik wilde alleen maar zeggen dat de workshop over social networking sites die ik ga geven me eraan deed denken dat ik moet proberen mijn drukke arbeidersbestaan beter te combineren met mijn eigen online sociale netwerk. Dus nou, bij deze. Ik zal mijn lieve weblog niet meer zo heel verschrikkelijk verwaarlozen (check mij een slag om de arm houden…).

* Heel stiekem (I bet you didn’t notice) is dit blogje ook een ode aan Alles Is Verlicht . Ik lach me er slap om. Gaat dat lezen.


Working 9 to 5

02sep09

Na drie geweldige weken van wespen ontwijken in Trier, wijnproeven en zwemmen in de Moezel in pittoreske Duitse dorpjes, struinen door een regenachtig doch zeer imposant Wenen, dronken worden en Hey Jude meelallen met een plaatselijke coverband in Bratislava, feesten, drinken, zonnen, chillen, dansen, haren wassen in de Donau, een kampvuurtje bouwen bij zonsopgang, nieuwe vrienden maken en naar bed gaan en opstaan met gitaarmuziek bij de tent op Sziget in Boedapest en uitbrakken en stikken van de hitte in prachtig maar druk Praag, had ik maandag een gesprek bij de organisatie waar ik het afgelopen studiejaar stage heb gelopen.

Al tijdens mijn stage liet mijn begeleider menigmaal doorschemeren dat ze het heel leuk zou vinden als ik na de zomer haar collega werd. Haar enthousiasme over mij stak ook andere collega’s en zelfs de twee managers aan. Ik verliet K2 (want zo heet de bewuste organisatie) aan het begin van de zomer met een hoofd vol twijfels: moet ik dit aanbod nu afslaan en op zoek gaan naar een plek waar ik mijn diagnostiek aantekening kan halen en uitzicht heb op daadwerkelijk werken met kinderen en een vervolgopleiding tot GZ-psycholoog of moet ik het aanbod met open armen ontvangen met de zekerheid van het hebben van een baan en een inkomen na de vakantie, leuke collega’s, de leukste werkplek die er is (qua inrichting en flexwerk) en tof werk dat misschien niet helemaal mijn droombaan is? Na een verhelderend gesprek met mijn vader (“Je bent echt gék als je deze kans niet aangrijpt!”) nam ik contact op met K2 en meldde ik mij als wannabe junior adviseur. De juiste mensen die aan de juiste touwtjes konden trekken waren echter op vakantie en ik zou een paar dagen later vertrekken. Afwachten dus maar…

Terug van vakantie bereikte mij het schokkende bericht dat er in de zomermaanden net 4 nieuwe mensen waren aangenomen. Na mijn gesprek met één van de managers maandag bleek dit gelukkig niet zo’n punt te zijn voor mijn kansen op een baan: ik kon alleen niet fulltime aan de slag. Hallo, as if ik daar een probleem van zou maken? En dus start ik op 15 september in mijn allereerste functie als junior adviseur. Het maakt me zenuwachtig en opgewonden tegelijk. Ik heb er superveel zin in, maar zie er als een berg tegenop.

Gelukkig heb ik nog 2 weken om me mentaal voor te bereiden op het einde/begin van mijn leven. I’ve got some serious shopping to do, want al hoef ik me voor dit werk niet in mantelpakjes te heisen, ik heb weinig kleren die volwassenheid, professionaliteit en kunde uitstralen. Daarbij moet ik echt wat doen aan mijn domme, kinderachtige grapjes, mijn hysterische lach, mijn luiheid en gebrek aan discipline, mijn neiging om elk weekend knetterlam te worden en mijn ranzige studentenkamer. Want nu, met een baan in the pocket, wordt het toch echt tijd dat ik volwassen word.


Je bent afgestudeerd. En dan?

Eerst even lekker vakantie: het heerlijke gevoel ervaren van het niets doen en vooral niets hoeven. Tot half 1 ’s middags in je pyjama door je verstofte studentenkamer banjeren. Je inmiddels bijna onder het aantal nieuwe blogjes bezweken feedreader helemaal leeg lezen. Lekker lang douchen, inclusief scrubbeurt, haarmasker en ellenlange beautysmeersessie naderhand. Shoppen. Lezen. Slapen en nog meer slapen.

Na alle mij-tijd en de broodnodige energieboost die dat heeft opgeleverd, is het tijd om je sociale contacten weer wat op te schroeven. Te beginnen met het vriendje die het ernstig heeft moeten ontberen tijdens de laatste weken van je studie. Je brengt dagen door in zijn humble aboad in Amsterdam, doet samen boodschappen, kookt voor hem, organiseert een diner bij kaarslicht en verwent hem tussen de lakens. En hij jou natuurlijk, want voor niets gaat de zon op weet je (merk hier de De Kleine Zeemeermin reference op). De volgende dag kijk je een volledige etappe van de Tour de France, slechts onderbroken door een spontane vrijpartij gevolgd door een welverdiend dutje. Je kijkt vage series op Comedy Central. Lacht. Praat. Hebt lief.

Vervolgens duik je de kroeg in, waar je pas in de vroege uurtjes ladderzat weer naar buiten strompelt, ondersteund door mister loverman en andere lieve vriendjes en vriendinnetjes die dolgelukkig zijn met de aandacht die je eindelijk weer voor ze hebt. Je trekt voor een heel leven genoeg kaassoufflé’s uit de muur, hebt diepe gesprekken op de fiets terug naar huis waarvan je je de volgende dag niets meer kunt herinneren, slaapt in de veel te kleine twijfelaar van je vriend, kruipt tegen hem aan en kust zijn rug totdat zijn diepe, langzame ademhaling verraad dat hij in slaap is gevallen. De volgende ochtend word je wakker met een bonkend hoofd en verplaats je jezelf van het bed naar de bank voor de tv, waarop zojuist weer een nieuwe etappe van de Tour begonnen is.

Als het even meezit heb je ook nog een vakantie geboekt, want chillen lukt natuurlijk het allerbeste in het buitenland. Je gaat drie weken interrailen met het vriendje, zorgt voor een perfecte mix tussen cultuursnuiven en de broodnodige ontspanning aan allerhande watertjes, loopt met een pleerol onder je arm parmantig over campings in tenminste 4 verschillende landen en geniet van de geweldige sfeer en dito bands tijdens het Sziget festival. Dat je drie weken in de kleinste tent die er bestaat moet slapen en dat je rug krom trekt van de loodzware rugtas die je steeds van station naar camping naar station naar camping moet sjouwen neem je maar voor lief. Je bent immers super avontuurlijk bezig en geniet met volle teugen van de aanwezigheid van het vriendje, het mooie weer, lekker eten, drinken, muziek, machtige steden en pittoreske dorpjes, wijnproeverijen en uitbundig uitgedoste festivalgangers.
Na drie weken ben je dolblij dat je eindelijk weer eens fatsoenlijk, warm en zonder muntjes kunt gaan douchen, in een normaal bed mag slapen en je Twittervriendjes kunt bestoken met berichten over hoe geweldig je het wel niet hebt gehad.

Maar dan is daar plots het einde van augustus en komt het verschrikkelijke moment dat je je OV studentenkaart  moet inleveren steeds dichterbij. Je stufi stopt. De ouderlijke bijdrage stopt. De geldkraan wordt stevig dichtgedraaid. En dan zit er maar één ding op: je moet gaan werken. Reality check, much?

Over dat (vieze) werken staat al een volgend logje in de steigers. Maar hou voor nu maar vooral even deze heerlijke vakantiesfeer vast (/note to self).


Met lof

04jul09

Ik ben klaahaar!
“Billen afvegen en broek ophijsen,” hoor ik jullie denken en mijn moeder roepen.

Maar ik ben anders klaar. Écht klaar. Mijn leven als student is voorgoed voorbij. Met een paar laatste weken vol bloed, zweet, stress en tranen, met deadlines en doodenge presentaties, heb ik mijn opleiding nu goed afgesloten. Dóndersgoed, stiekem, al zeg ik het zelf.

Een 9 voor mijn stage. Een 8 voor mijn scriptie. Niet lager dan een 7 voor mijn andere Mastervakken. Een gewogen gemiddelde van een 8.3. Volgens nauwkeurige berekeningen van mijn moeder (want rekenen is ondanks mijn nerdy cijfers nooit mijn sterkste kant geweest), betekent dit dat ik in oktober mijn bul met lof mag ontvangen. Cum laude dus, voor de latino’s onder ons.

(…)

Bizar, onwerkelijk, alsof het niet over mij gaat.
Maar trots als een pauw, want het gaat wél over mij.

En nu: vakantie!


… mijn Master thesis geschreven, uitgeprint, ingebonden en ingeleverd is ga ik:

  • Naar de kapper
  • Mijn computer upgraden
  • The Sims 3 downloaden of misschien zelfs wel kopen
  • En spelen natuurlijk
  • Slumdog Millionair kijken
  • Schrijven of mijn leven er van afhangt
  • Mijn LiveJournal nieuw leven inblazen
  • Alle boeken op mijn to-read lijst lezen
  • Wreck This Journal-len
  • 1 of 2 nagellakjes kopen en leren m’n nagels te lakken
  • Zorgen dat ik alles op mijn lijstjes op listography.com door kan strepen
  • Een grote schoonmaak houden
  • Een receptenschrift aanleggen
  • Keihard Photoshoppen
  • Stapels zomerkleren shoppen
  • Stiften, kleurpotloden en een kleurboek kopen. En misschien ook wel verf en krijtjes
  • Een tijdschrift kopen
  • Leren creatief te zijn (YES I CAN!)
  • Socializen met leuke mensen
  • Heel erg lief doen tegen het vriendje (nog liever dan anders :p)
  • Eens even goed nadenken over mijn toekomst als orthopedagoog (ieh)

Ik heb er zin in. Alleen is het nog lang niet zo ver *zucht*.


Sinds ik student ben, doe ik zo’n beetje alles wat God verboden heeft. Ik drink, rook, drink nog wat meer, laat me in met les- en -bies, doe aan seks, ga nooit (meer) naar de kerk en ik doe me graag te goed aan allerhande wiet- en hasjachtige versnaperingen. Menig spacecakeje heeft mijn buik al gevuld en ik mag ook graag aan het good old sticky lurken. Ik ben heus geen junk of ook maar enigszins verslaafd, maar een klein beetje stoned zijn op z’n tijd is gewoon heel erg leuk, fijn en vooral chiiiill.

Gisteren heb ik op dat gebied een heel nieuwe ervaring mogen euh… ervaren? Vriendlief is verslaafd aan de televisieserie Weeds en krijgt daarvan blijkbaar de niet te temmen behoefte om aan de drugs te gaan. Ik denk dat het ongeveer vergelijkbaar is met het effect dat Sex and the City op mij heeft. Als ik Carrie zie wil ik direct achter mijn laptop kruipen, met een grote bel rode wijn in mijn linkerhand en een sigaret tussen de wijs- en middelvinger van mijn rechterhand geklemd. Dus, begripvol als ik ben, steunde ik zijn behoefte en antwoordde ik op zijn simpele vraag (“Wiet?”) met een volmondig doch verast “ja!”. Vervolgens haalde vriendje een in prachtig rood-groen-geel-Jamaicaanse-kleuren-Bob Marley-ya-man-waterpijp-achtig-ding te voorschijn. Zo’n ding heet blijkbaar een bong en het vriendje had al opgezocht wat je er allemaal precies mee kan. En dat gingen wij ook eens even proberen. Na een paar mislukte pogingen en wat ingeademde barbecueluchten lukte het hem om een enóóórme hijs te nemen. Hij viel er bijna van van de bank en de hoestbui die volgde klonk allesbehalve chill. Z’n oogjes werden direct rood, zijn mondhoeken trokken onnatuurlijk ver omhoog, hij lachte zijn lach en zei: “Wooow”. Toen was het mijn beurt. Ik hield de bong aan mijn mond, een aansteker bij de wietjes en inhaleerde, waarop het water in de bong gezellig begon te borrelen. Na één hijs trok ook mijn gezicht in lachkickstand en hingen we als giebelende pubers slap van het lachen op de bank. Daarna volgden de ‘iel-m’n-(vul hier een willekeurig ledemaat in)-voelt-gek-fase’ en de ‘woah-ik-kan-m’n-armen-niet-meer-optillen-fase’. Wietjes hebben een leuk effect op mij. Ik maak de gevatste woordgrappen en zeg bijster slimme dingen, die ik helaas beiden na 1 minuut alweer vergeten ben. Vriendje kon ze ook niet meer herhalen, dus verzonnen we maar een paar nieuwe. Na een poosje hadden we geen zin meer om te praten en zijn we zonder nog de energie te hebben om elkaar welterusten te wensen in een heerlijk relaxte slaap gevallen.

Van alle spacebrownies en -muffins die ik gegeten en jointjes die ik gerookt heb, was dit toch wel één van de leukste ervaringen, of in ieder geval manieren om stoned te worden. Als je goed aan je bong lurkt, slaat het in als een bom en hoef je niet, zoals bij spacecake, een uur te wachten voordat het in kicked. Jointjes doen soms veel met me en soms weinig. Ik weet zeker dat ik van bongen áltijd moet lachen. Al was het alleen maar om het gezellige pruttelende watertje in het pijpje. Ya man, bongen (ik denk niet helemaal dat dat het werkwoord is. Bongoeën misschien?)  is relaxed!

Noem me losgeslagen of noem me een vieze junk: ik noem mezelf een levensgenieter. Gisteren heb ik op GroenLinks gestemd. Hopelijk houdt Jezus daarom nog wel een beetje van me.


Willie Wartaal

21mei09

Dan héb je eindelijk een blog waar je dolenthousiast over bent en elke dag wel zou willen updaten, maar dan kán dat gewoon niet. Het schrijven van mijn Master thesis (of scriptie, in de volksmond, al is het dat niet echt want het wordt een wetenschappelijk artikel van slechts 25 pagina’s) slurpt al mijn tijd, inspiratie en energie op. Mijn sociale leven lijdt eronder, mijn internetleven lijdt eronder en ikzelf lijdt er nog het meeste onder. Vandaag zat ik tot vijf keer toe jankend van frustratie achter mijn trouwe computerbeestje. Ik bewonder mezelf dat ik slechts één stresssigaret heb opgestoken. Het had met gemak een heel pakje kunnen zijn. Of twee.

Nu lijkt een artikel van 25 pagina’s schrijven niet zo’n moeilijke opgave, maar toch gaat er een hoop bloed, zweet en nog veel meer tranen inzitten. Het bedenken van een onderzoeksvraag heeft mij al 2 maanden langer gekost dan eigenlijk de bedoeling was (en dat was heus niet alleen mijn schuld), waardoor ik direct achter lag op mijn planning. Die ik eigenlijk niet eens heb. Of nou ja, ik héb hem natuurlijk wel, ik kan me er alleen met geen mogelijk aan houden. Ik ben nogal een op-het-laatste-moment-en-onder-zoveel-mogelijk-druk-werk-ik-het-beste-werker (wat een goed woord voor in de Fancy), maar dat blijkt nu toch niet zo heel goed uit te pakken. Zeker als je niet zo heel erg into SPSS bent en je toch echt allerlei moeilijke statistische verbanden, samenhangen en verschillen (en wat is nou ook alweer het verschil daartussen?) moet blootleggen in je zo bloedig verzamelde data. Wat trouwens ook een hél was, dat verzamelen. Over het invoeren maar niet te spreken. Vanmiddag kwam ik erachter dat er bovendien een aantal foutjes in mijn databestand zijn geslopen. Die moest ik fixen en toen wéér nieuwe toetsen uitvoeren en bedenken wat een significante Spearman’s rho van 4.56 nu eigenlijk betekent.

Ik ben denk ik nog nooit zo ultiem blij, opgelucht en gelukkig geweest als op het moment dat ik m’n scriptie helemaal af ga hebben. En er dan ook nog een voldoende voor krijg. Serieus, ik kan niet wáchten! Over een maandje is het zo ver: 21 juni is de deadline (maar 1 juni is er ook al eentje, voor de conceptversie). Vanaf dan hoop ik weer wat meer zinnige dingen te kunnen schrijven. Als ik tussen nu en dan nog blog worden het waarschijnlijk warrige blogjes zoals deze.

Entschuldigung,
ik kan er niets aan doen.
That’s just how I roll, sur le moment.

Had ik nu toch maar een wiskundeknobbel, in plaats van een soort van talenbult.